Logo Universiteit Utrecht

Medieval Memoria Online

7.1 Korte geschiedenis van het MeMO-project

Geschiedenis

Het Medieval Memoria Online project is voortgekomen uit vier belangrijke inventarisatieprojecten die werden opgezet in de jaren negentig van de twintigste eeuw:

De eerste twee projecten vormden de directe aanleiding voor het starten van het MeMO-project, aangezien de initiator van het MeMO-project, Truus van Bueren, hier direct bij betrokken was. In het begin van de jaren negentig van de twintigste eeuw startte de contactgroep Signum met een inventarisatie van de memorieregisters uit het huidige Nederland. Vanaf januari 2004 werd dit project voortgezet door de Werkgroep Memorieboeken (Project group Memorial Registers) met onderzoekers van de universiteiten van Leiden, Utrecht VU Amsterdam. De inventarisatie werd aangevuld en vervolgens werden in samenwerking met een aantal leden van Signum beschrijvingen gemaakt van de registers.

Fig. 2. Homepage of Narrative Sources

In 1996 was aan de Universiteit Utrecht onder leiding van Truus van Bueren het onderzoeksproject The functions of art, ritual and text in medieval memoria (het Memoriaproject) van start gegaan. Dit leidde tot een inventarisatie van memorievoorstellingen in het (aarts)bisdom Utrecht en resulteerde vervolgens in de tentoonstelling Leven na de dood en de gelijknamige publicatie (Museum Catharijneconvent Utrecht, 1999/2000). De gegevens uit de inventarisatie werden tussen 2007-2009 verwerkt in de database met bijhorende website Memoria in Beeld.

De subsidie Investeringen Middelgroot van NWO, die het versterken van de geesteswetenschappelijke onderzoeksinfrastructuur als doelstelling heeft, maakte het mogelijk om voor het specifieke onderzoeksterrein van de memoria een grote hoeveelheid bronnen toegankelijk te maken via beschrijvingen en foto’s.

Voor het maken van de subsidieaanvraag werd samengewerkt met de drie aanvragende universiteiten en een aantal (erfgoed)instellingen. Er werd gekozen voor bronnentypen waarvan al inventarisaties bestonden: memorievoorstellingen, grafmonumenten en grafzerken, memorieregisters en verhalende bronnen die informatie bieden over de dodengedachtenis of daarin een functie hadden. Voor de verhalende bronnen werd contact gezocht met de projectgroep Narrative Sources (Groningen en Gent) die de gelijknamige online database Narrative Sources (NaSo) had opgezet met onder andere subsidies van NWO en FWO – Vlaanderen. Voor de inventarisatie van de grafmonumenten en grafzerken werd de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benaderd. Tevens werd samenwerking gezocht met het Monasticum Trajectense project van de VU dat onder andere twee repertoria samenstelde die op het internet werden geplaatst; het Monasticon Trajectense en de Kloosterlijst.

De erfgoedinstellingen die hun medewerking toezegden zijn: de Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland (SKKN; sinds 2013 de afdeling Erfgoed in Kerken en Kloosters van Museum Catharijneconvent te Utrecht), het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag, het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort. De RCE, SKKN, het RKD en het CBG stelden foto’s, informatie en expertise ter beschikking. De RCE verschafte bovendien een subsidie voor het laten maken van foto’s door een professionele fotograaf. Het CBG gaf een fikse korting op het beschrijven van de wapenschilden door een van de medewerkers.

DANS (Data Archiving and Networked Services), waarmee al was samengewerkt bij de ontwikkeling van de database Memoria in beeld, werd benaderd voor de ontwikkeling van de invoer – en gebruikersapplicaties. Ook deze instelling leverde een forse financiële bijdrage.

De aanvraag werd ingediend met de initiatiefneemster Truus van Bueren (UU) als hoofdaanvraagster en met Koen Goudriaan (VU) en Dick de Boer (RUG) als mede-aanvragers. Aan het schrijven van de aanvraag leverde Rolf de Weijert (UU) een groot aandeel (zie het artikel van Truus van Bueren en Rolf de Weijert in Medieval Memoria Research). Kees Schuddeboom († 2010, UU) gaf belangrijke adviezen.

In februari 2009 werd de aanvraag door NWO gehonoreerd en in september ging het projectteam aan de slag, in Amsterdam, Groningen, Den Haag en met Utrecht als hoofdvestiging.

Het MeMO-project kon niet alleen gerealiseerd worden dankzij de bijdragen en steun van de deelnemende universiteiten, de erfgoedinstellingen, DANS en NWO. Ook een aantal kerken, privépersonen en bedrijven stelden onderzoeksgegevens en fotomateriaal ter beschikking. Daarnaast ontving het project substantiële subsidies van de Stichting Professor Van Winter Fonds en van het K.F. Hein Fonds. Museum Catharijneconvent te Utrecht stelde steeds opnieuw foto’s ter beschikking, voor publicaties, voor de MMR Newsletter en voor de inleiding van de database; tevens leverde het museum een financiële bijdrage ten behoeve van het eindcongres (30 januari – 2 februari).

 

De realisering van de database

De volgende stappen zijn doorlopen om de uiteindelijke eindapplicatie te ontwikkelen:

  • Opstellen van de Medieval Memoria Online Description Standard (MeMO DS). Voor het specifieke onderzoeksterrein van de dodengedachtenis bestond geen beschrijvingsstandaard. Daarom is met een internationale groep van experts MeMO DS ontwikkeld. Omdat het gaat om verschillende soorten bronnenmateriaal, zijn twee verschillende sets samengesteld, een voor de objecten en een voor de teksten. Deze sets bestaan uit een overzicht van de elementen en de bijbehorende definities. Tevens is een extra beschrijvingsstandaard ontwikkeld voor de instellingen waarbinnen de bronnen hebben gefunctioneerd.
    MeMO DS is gebaseerd op de implementatie procedure die ontwikkeld is voor het international Dublin Core Metadata Initiative (DCMI;

http://www.dublincore.org).  MeMO DS bevat relevante descriptors van bestaande metadata standards zoals EAD (Encoded Archival Description) en TEI (Text Encoding Initiative). Zie ook het DANS Repositorium.

  • Opstellen van een data model, op basis van MeMO DS (zie hieronder).
  • Ontwikkelen van de databasemodule voor de invoerders: Medieval Memoria Online Data Entry (MeMO DE)
  • Ontwikkelen van de webapplicatie voor de eindgebruikers: Medieval Memoria Online Information System (MeMO IS)
  • De data-entry en de controles vonden plaats van augustus 2010 tot en met januari 2013
  • Schrijven van de wetenschappelijk inleidingen die fungeren als achtergrondinformatie en als handleiding. De teksten zijn zo geschreven dat de gebruiker ze als zelfstandige eenheden kan lezen en dus meteen kan doorklikken naar de op dat moment voor de gebruiker relevante teksten.

NB MeMO DS is in het algemeen goed bruikbaar voor inventarisatieprojecten die het onderzoek van het gebruik en de functies van objecten en tekstdragers en teksten ten goede komen.

 

Data model en Database systeem

MeMO DS is als beginpunt gebruikt voor de ontwikkeling van een data model. Dit model was vervolgens de basis voor de ontwikkeling van het Database systeem. Het Database systeem bestaat uit drie onderdelen:

NB Deze overzichten zijn voor het laatst bijgewerkt in: februari 2011.