Logo Universiteit Utrecht

Medieval Memoria Online

2.3 Het beschrijven van de memoriabronnen

De noodzaak van een eigen beschrijvingsstandaard

De laatste decennia zijn ten behoeve van het maken van beschrijvingen van diverse bronnensoorten (schilderijen, geschreven bronnen) beschrijvingsstandaarden ontwikkeld die inmiddels internationaal als vaste standaard zijn erkend. In deze overzichten (zoals CDWA voor kunstwerken en EAD voor archiefmateriaal) is vastgelegd wat er beschreven moet worden en hoe dat moet gebeuren.

Standaarden hebben duidelijke voordelen: het uitwisselen van gegevens tussen onderzoekers wordt hierdoor vergemakkelijkt en er kunnen minder snel misverstanden ontstaan over inhoud en terminologie.

De bestaande beschrijvingsstandaarden bleken echter niet geschikt voor de MeMO-database, omdat ze voornamelijk (basis)informatie vastleggen die voor alle soorten onderzoek belangrijk is. Voor een database die is opgezet ten behoeve van een specifiek onderzoeksterrein en waaraan specifieke onderzoeksvragen zijn verbonden, zoals dat van de memoria, is dit niet voldoende.

Daarom is door het MeMO-projectteam samen met een internationale groep van experts een speciale beschrijvingsstandaard ontwikkeld, de Medieval Memoria Online Description Standard (MeMO DS). Vanwege het complexe bronnenmateriaal is MeMO DS onderverdeeld in twee verschillende sets van beschrijvende elementen, een voor de objecten en een voor de teksten. Ze bevatten een overzicht van de elementen en de bijbehorende definities. Tevens is er een standaard ontwikkeld voor de beschrijving van de middeleeuwse instellingen waaruit de bronnen afkomstig zijn.

Op basis van MeMO DS is vervolgens een data-model gemaakt dat gebruikt is voor de ontwikkeling van de MeMO-database.

Links

 

De MeMO-database

De MeMO-database bevat een groot aantal beschrijvingsvelden waarin op verschillende manieren kan worden gezocht. Naast algemene informatie over type, verschijningsvorm, fysieke staat en wat er zoal op de objecten of in de tekstdragers is aan te treffen, is een aantal velden opgenomen dat kan leiden tot inzicht in de functies van de objecten en teksten.

In het onderzoek van objecten met een memoriefunctie is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de herdachte en de opdrachtgevende partij, omdat deze niet per se dezelfde zijn. Daarom zijn voor deze twee groepen aparte beschrijvingsvelden gereserveerd. Daarnaast is in de database voor de objecten een aantal beschrijvingsvelden opgenomen voor persoonsbeschrijvingen. Deze bieden informatie over bijvoorbeeld de maatschappelijke status en de functies van de opdrachtgevers en herdachte personen, maar ook over personen die zijdelings worden genoemd, zoals een echtgenoot of echtgenote of de landsheer in wiens dienst de herdachte persoon was. Dit alles kan meer inzicht geven in hoe men zich profileerde en in de intenties van de betrokken partijen. Zie ook 1.2 over identiteitsvorming.

Wat betreft de tekstdragers heeft het wetenschappelijke onderzoek van de laatste twintig jaar aangetoond dat het totaal aan teksten in een manuscript inzicht kan verschaffen in het functioneren van de afzonderlijke teksten. Daarom zijn inhoudsopgaven van de tekstdragers opgenomen, zodat in één oogopslag duidelijk is in welke inhoudelijke context bepaalde teksten zijn geplaatst (zie bijvoorbeeld MeMO text carrier ID 184). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan codicologische aspecten, zoals de manier waarop het handschrift tot stand is gekomen: is het in een keer opgezet als handschrift met verschillende soorten teksten, of is een aantal reeds bestaande manuscripten bijeengebonden tot een handschrift?