Logo Universiteit Utrecht

Medieval Memoria Online

5.4 Aandachtspunten

Betekenis van de term ‘oorspronkelijke instelling’

Zie 5.2 voor de manier waarop de term ‘oorspronkelijke’ instelling opgevat moet worden.

 

Namen van de oorspronkelijke instellingen

Er is geprobeerd om de instellingen zo goed mogelijk vindbaar te maken, ook op grond van de naam. Dit bleek in veel gevallen problematisch, want:

  • veel instellingen zijn onder verschillende namen bekend
  • van veel instellingen zijn de patroonheiligen van de instellingen niet bekend en kan dus niet de naam van de heilige als uitgangspunt voor het zoeken op naam worden gebruikt
  • van vooral een aantal parochies is zelfs geen middeleeuwse naam bekend, of
  • er bestaat er in een stad of dorp een middeleeuws kerkgebouw en een veel later kerkgebouw onder dezelfde naam.

Daarom zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd

  • Zoveel mogelijk zijn de namen gebruikt waaronder de instelling bekend stond en staat. De voorkeur gaat daarbij uit naar de middeleeuwse naam, met de naam van de patroonheilige als uitgangspunt.
  • Als de instelling meer bekendheid heeft onder een andere naam, is deze ook in het Nederlandse naamveld vermeld. Dit kan ook betekenen dat er tussen haakjes een moderne naam is opgenomen. Op deze manier wordt sneller duidelijk om welke instelling het gaat, zoals bij de Domkerk in Utrecht. Deze wordt aangeduid als St. Maartenskerk (Domkerk), MeMO institution ID 21.
  • Bijzondere aandacht verdient de naamgeving van de parochiekerken. In dat gedeelte van Nederland dat aan het eind van de zestiende eeuw naar de Reformatie overging (het hele land behalve Noord-Brabant, Limburg, delen van Gelderland en Zeeuws-Vlaanderen) zijn de parochiekerken in protestantse handen gekomen. De gedachte was daarbij niet die van een onteigening, maar van hervorming van de bestaande publieke kerk. Dit betekent dat de parochies niet werden opgeheven, maar ‘gereformeerd’. In de meeste gevallen raakte de heiligennaam in onbruik. In de negentiende eeuw manifesteerde het katholicisme zich weer als openbare religie, als gevolg van de scheiding tussen kerk en staat (1796) en het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. Hierdoor werd in veel plaatsen een nieuwe katholieke kerk gesticht, die dan vaak weer naar de aloude patroonheilige werd genoemd. Zo kwam er in Amsterdam een nieuwe St. Nicolaaskerk naast de (Nederlands Hervormde) Oude of St. Nicolaaskerk. Het spreekt vanzelf dat in dergelijke gevallen de beschrijving in MeMO altijd naar de oude kerk verwijst. In die gevallen waarin de patroonheilige niet bekend is, is in de database de naam van de stad of het dorp aangegeven, zoals bij ‘Kerk van Jelsum’, MeMO institution ID 167. Houd er rekening mee dat in de literatuur waarnaar verwezen wordt, ook aanduidingen zoals ‘protestantse kerk’ of ‘Nederlands Hervormde Kerk’ kunnen voorkomen.

Instellingen (kapittels en broederschappen) die zijn gevestigd in de gebouwen van andere instellingen

  • Voor instellingen zoals broederschappen die bij een andere instelling waren ondergebracht, wordt slechts de informatie over die desbetreffende instelling, zoals de broederschap, gegeven.
  • NB Voor de bouwgeschiedenis van parochiekerken waarin een kapittel was gevestigd dient te worden gezocht op Chapter.

 

Oorspronkelijke plaats van functioneren van de bronnen

In de literatuur is in een aantal gevallen vermeld dat een object of tekst afkomstig is uit een bepaalde instelling terwijl in andere publicaties een andere instelling wordt genoemd. Die bronnen zijn zoveel mogelijk ondergebracht bij al deze vermelde instellingen. Daarom moet de lijst van nog bestaande objecten en tekstdragers gelezen worden als zeker, waarschijnlijk of mogelijk uit de desbetreffende instelling. Zie bijvoorbeeld MeMO memorial object ID 618.